Betonkwaliteit centraal bij gestorte buitengevel

Een woning op IJburg heeft een buitenspouwblad van 100 mm in het werk gestort lichtgrijs beton. De combinatie vroeg het uiterste van architect, aannemer en betonmortelleverancier. Het kleurbeton is gewapend met rvs-vezels.

vorige

Om een betonnen wand van slechts 100 mm dikte te kunnen storten, moet zelfverdichtend beton worden toegepast. Geen probleem, ware het niet dat daaraan normaliter vliegas wordt toegevoegd, wat donkere plekken in het beton veroorzaakt. En dat paste niet bij de eis voor lichtgrijs, gekleurd beton van opdrachtgever en architect. De betonmortelleverancier ging de uitdaging echter aan en wist (in nauw overleg met aannemer, architect en opdrachtgever) tot een goed resultaat te komen.

Peter Plaisier - PS Architecten

"Eerst kozen we voor hout met betonnen accenten; later werd dat omgezet in beton met houten accenten."

Niet te glad en te strak

De keuze om de buitenschil van een woning op IJburg in beton uit te voeren, kwam vanuit de opdrachtgever. "Eerst kozen we voor hout met betonnen accenten; later werd dat omgezet in beton met houten accenten.", vertelt architect Peter Plaisier van PS architecten. Maar dat beton moest er wel uitzien als beton. Het mocht niet het strakke, gladde uiterlijk met de grote voegen van prefab beton hebben. Het mocht van de opdrachtgever ook geen betonnen schil worden die aan de binnenkant met voorzetwanden zou worden geïsoleerd. "We kozen er uiteindelijk voor om een casco van kalkzandsteen en breedplaat neer te zetten dat te isoleren is, en daar een buitenblad tegenaan te storten met dezelfde dikte als baksteen." Een niet al te moeilijke opdracht, zo dachten de partijen. Wel was al snel duidelijk dat er in het buitenblad van 100 mm geen ruimte was voor traditionele wapening. De keuze viel daarom op staalvezelbeton, later omgezet in rvs-vezels, om roestvorming te voorkomen. Alleen nabij de raamhoeken is traditionele wapening ingebracht om scheurvorming te voorkomen.

Naden
Architect Plaisier heeft, in overleg met de constructeur, een gevelpatroon met plaatnaden, posities van centerpennen en dilatatienaden ontworpen. Dit is in de uitvoeringsfase verder uitgewerkt. Daarbij werd ervoor gekozen om de horizontale stortnaden tevens als dilataties te gebruiken, waardoor een aantal storende, verticale dilatatienaden achterwege kon blijven. Het betonnen buitenblad van de begane grond rust op de funderingsbalk; die van de tweede bouwlaag en de dakopbouw op stalen geveldragers. Vóór het storten zijn perspex plaatjes en een afgeschuinde lat ingevoegd om stapeling van de betonbladen te voorkomen en onafhankelijke beweging mogelijk te maken. De verticale dilataties zijn achteraf op de juiste plekken 80 mm diep ingezaagd. "Het lukt niet om daarvoor iets in je bekisting op te nemen dat op zijn plek en recht blijft onder de druk van zelfverdichtend beton.", licht Rob Visser toe. Dat zagen viel overigens ook nog niet mee: de stalen vezels aan het oppervlak scheurden uit het beton en veroorzaakten het beeld van een ritssluiting. Door te zagen met lagere toeren werd een beter resultaat bereikt.

Centerpennen
Veel aandacht is besteed aan de bekistingtechniek en de centerpennen. Het patroon van de centerpennen is uitgezet op het kalkzandstenen casco. De gaten voor de centerpennen in het kalkzandsteen zijn met een diamantboor aangebracht om zeker te zijn dat ze volkomen recht zijn. Alleen dan sluiten de doppen rondom de centerpennen strak en waterdicht aan op de bekistingplaat. De centerpennen zijn voorzien van betonnen conussen ter dikte van het buitenspouwblad en plastic pijpjes ter plaatse van de isolatie. De plastic pijpjes zijn helemaal maatgevoerd en op de juiste lengte gemaakt, zodat het mogelijk was een volkomen vlakke bekisting te kunnen maken. Om het esthetische patroon te kunnen volgen, zijn er op enkele plaatsen nepconussen toegevoegd.

Bekisting
Als bekisting is een 22 mm dikke plaat gebruikt in plaats van 18 mm, met daarvoor langs een raamwerk van verticale C10-profielen en horizontale C-20 profielen. Deze stalen C-profielen zijn aan de zijkant voorzien van gaten, waardoor de bekisting van buitenaf kon worden bevestigd door middel van zelfborende schroeven met volgplaten. De kopse kanten van de bekistingplaten zijn vooraf beplakt met schuimband, om de aansluiting waterdicht te maken. Er is gekozen voor bekistingolie die niet aftekent op het beton en die ook geen invloed heeft op het achteraf hydrofoberen van het buitenblad.

Aan de andere zijde doen de isolatie en het binnenspouwblad dienst als bekisting. Als isolatie is gekozen voor Kooltherm K8 plaat van Kingspan, die op de naden volledig is afgetapet. Groter probleem was het kalkzandstenen binnenblad: "Volgens de rekenregels van zelfverdichtend beton is er sprake van hydrostatische druk. Onderin moesten we rekening houden met een zijdelingse druk van 85 kg/dm2. En niemand weet of kalkzandsteen dat kan hebben. We hebben de kalkzandstenen muur daarom beschouwd als een gewone bekisting en helemaal voorzien van baddingen en dergelijke."

Opstijving
"Het opstijvingsgedrag van het beton met kalksteenmeel bleek op de bouwplaats lastig in de hand te houden. Dan moet je tijdens het storten steeds mixen en ineens weer plastificeerder toevoegen. Dan ben je eigenlijk al te laat. Daarbij hadden we gekozen voor beton uit onze centrale in Amsterdam-West, waar de staalvezels fabrieksmatig konden worden gedoseerd. Maar dat betekende wel een aanrijtijd van 40 minuten.", vertelt Bart Kat van Mebin. Door toevoeging van een vertrager kon hierna het opstijfgedrag beter worden beheerst. De specie had nu wel voldoende zelfverdichtende eigenschappen, de kist werd perfect gevuld.

Ook het eindresultaat kon ieders goedkeuring wegdragen. Het uiterlijk voldoet aan de eisen die in het bestek waren gesteld, op grond van de CUR-aanbeveling Schoonbeton. Er is nadrukkelijk niet gekozen voor een perfect glad uiterlijk, maar juist het zichtbare effect van in het werk gestort beton. Dat is iets ruwer, heeft wat meer nuances en de bekistingnaden zijn zichtbaar. Veel oneffenheden zijn op vijf meter afstand echter niet meer zichtbaar. Zo was het ontworpen en zo is het geworden.

Bron en foto's artikel: Bouwwereld, juni 2012